DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

ZEELT

Latijnse naam : Tinca tinca  /   Taxon: KARPERACHTIGEN

Tinca tinca


Onderorde: Cypriniformes (karperachtigen)

Familie: Cyprinidae (echte karpers)

Wetenschappelijke naam: Tinca tinca

Kenmerken:

Lengte tot 70 cm. De zeelt heeft een gedrongen licht afgeplat lichaam met een slijmerige huid en kleine schubben en een opvallend brede staartwortel. De kleur van het lichaam is olijfgroen, brons tot goud op de rug en flanken, de buik is wit tot geelgroen. De kleur varieert al naargelang de bodem en de leeftijd. Op de zijlijn bevinden zich meer dan 90 kleine schubben. De vis heeft een korte mondspleet, een eindstandige bek en twee baarddraden. De ogen zijn klein en hebben een opvallende oranje tot rode iris. Alle vinnen zijn bolrond. De rugvin heeft 12-13 vinstralen, de anaalvin 9-11 vinstralen. De buikvinnen van het mannetje zijn groot, rond en de eerste vinstraal is verdikt. De buikvinnen reiken tot voorbij de anus. Het vrouwtje heeft smalle meer puntige buikvinnen. De staartvin is nauwelijks ingesneden. Juvenielen hebben nauwelijks zichtbare schubben, een zwarte vlek op de staartwortel en een blauwgroene glans op het kieuwdeksel.

Habitat:

Flink begroeide langzaam stromende en stilstaande wateren met een zachte modderbodem. De soort is algemeen op de Hoeksche Waard.

Levenswijze:

De zeelt eet waterslakken, erwtenmosselen, kreeftachtigen, insectenlarven en plantaardig materiaal. Tijdens het voedselzoeken zuigt de zeelt bodemmateriaal op waaruit eetbare diertjes worden gefilterd of het voedsel wordt van planten afgezogen. Zeelten zijn nachtactieve vissen. Overdag verschuilen ze zich in de vegetatie. De paaitijd is van mei tot augustus bij watertemperaturen van 18°-20°C. De zeelt zet eieren af in dichtbegroeide oeverzones. De jonge dieren verschuilen en voeden zich hier. In de winter houdt de zeelt een winterslaap. Ook bij periodes waarin het zuurstofgehalte in het water erg laag is overleeft de zeelt door zijn stofwisseling op een laag pitje te zetten.

Beeldmateriaal:verspreiding Zeelt

Foto 1: Zeelt (volwassen)

Foto 2: Zeelt (volwassen) © Sander van de Linde

Foto 3: Zeelt (juviniel) © Sander van de Linde

Foto 4: Zeelt (2 jaar oud) © Theo Schuurmans