DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

GR. MODDERKRUIPER

Latijnse naam : Misgurnus fossilis  /   Taxon: KARPERACHTIGEN

Misgurnus fossilis


Orde: Cypriniformes (karperachtigen)

Familie: Cobitidae (modderkruipers)

Wetenschappelijke naam: Misgurnus fossilis

Kenmerken:

De grote modderkruiper (ook wel: weeraal, aalpieper, fluitaal) is een langgerekte spoelvormige vis met een donkerbruine grondkleur, een geeloranje buik en zwarte lengtestrepen. Hij heeft tien baarddraden. De mannetjes hebben in de paaitijd (april) een oranje buik en kunnen ook herkend worden aan hun slankere lichaam en de grotere en puntige borstvinnen. De grote modderkruiper is niet te verwarren met andere soorten, hoewel er in vijvers ook wel verwante Aziatische soorten gehouden worden die de zwarte lengtestrepen missen.

Habitat:

Kleine modderkruipers komen in een groot aantal watertypen voor, zoals sloten, beekjes en meren, verspreid over heel Nederland. Daarbij prefereert de kleine modderkruiper in tegenstelling tot de grote modderkruiper een hardere ondergrond. De soort ondervindt geen bedreigingen in Nederland voor wat betreft zijn overleving. Elders in Europa is deze vissoort zeldzaam en staat daarom op de rode lijst van diverse Europese landen. De soort is beschermd krachtens een internationaal verdrag (Conventie van Bern). In 1973 werd de soort opgenomen in de toenmalige Natuurbeschermingswet en kwam daardoor automatisch in de Flora- en faunawet. De soort is zeldzaam op de Hoeksche Waard.

Levenswijze:

Kleine modderkruipers zijn met name in de schemering en ’s nachts actief, overdag rusten ze verscholen tussen de vegetatie of ingegraven in de bodem met enkel hun kop eruit stekend. Ze voeden zich door bodemsubstraat op te happen en daaruit eetbare deeltjes te filteren. Het dieet bestaat uit zoöplankton, kleine macrofauna, algen en dood organisch materiaal. 

Beeldmateriaal:Verspreiding Bittervoorn

Foto 1: bittervoorn (volwassen vrouw)

Foto 2: Bittervoorn (volwassen man) © Sander van der Linde

Foto 3: Bittervoorn (jman en vrouw in kleed) © Petr Tyl