DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

BITTERVOORN

Latijnse naam : Rhodeus amarus  /   Taxon: KARPERACHTIGEN

Rhodeus amarus


Onderorde: Cypriniformes (karperachtigen)

Familie: Cyprinidae (echte karpers)

Wetenschappelijke naam: Rhodeus amarus

Kenmerken:

Lengte tot 10 cm. De bittervoorn heeft een afgeplat lichaam met een hoge rug en relatief grote schubben. De zijlijn is onvolledig, rug grijsgroen tot olijfkleurig en de flanken zilverkleurig en de buik lichtgekleurd (wit tot lichtroodachtig). Over de staartwortel en flank loopt een blauwgroene lengte streep. De bek is eindstandig en de bovenste helft van het oog is oranje gekleurd. De rugvin bestaat uit 12-13 vinstralen en de anaalvin uit 11-12 vinstralen. Er zitten 32 tot 40 schubben op de langste rij van de flank.

In de paaitijd kleuren mannetjes rood op de borst en buik en krijgen een blauwgroene kleur op de flanken en rug. Op de kop verschijnt paaiuitslag (witte knobbeltjes). Bij de vrouwtjes in de paaitijd is de legbuis zichtbaar, waarmee ze de eitjes in de mosselen kunnen afzetten.

Habitat:

Langzaam stromende en stilstaande wateren. Van schone poldersloten en vijvers tot rivieren en meren. De bittervoorn is afhankelijk van de aanwezigheid van grote zoetwatermosselen.

Levenswijze:

De bittervoorn eet plantaardig materiaal (draadwieren die ze van stenen en andere objecten afschrapen), dierlijk plankton en insecten larven. De paaitijd is van april tot juni. Het mannetje vestigt zijn territorium bij een geschikte zoetwatermossel. Het vrouwtje duwt haar legnuis in de uitstroomopening van de mossel en legt hierin een aantal eitjes. Deze worden daarna bevrucht door het mannetje. De uitgekomen larven blijven nog twee tot drie weken in de mossel. De soort is plaatselijk zeer algemeen op de Hoeksche Waard.

Beeldmateriaal:Verspreiding Bittervoorn

Foto 1: bittervoorn (volwassen vrouw)

Foto 2: Bittervoorn (volwassen man) © Sander van der Linde

Foto 3: Bittervoorn (jman en vrouw in kleed) © Petr Tyl