DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

GEWONE OEVERLIBEL

Latijnse naam : Orthetrum cancellatum  /   Taxon: ECHTE LIBELLEN

Orthetrum cancellatum


Onderorde: echte libellen

Familie: korenbouten (Libellulidae)

Wetenschappelijke naam: Orthetrum cancellatum 

Kenmerken imago (zie foto 7):

44-50 mm. De gewone oeverlibel is groter dan de andere oeverlibellen, heeft een pijlvormig achterlijf met rechte zijkanten en eindigend in een punt. Het pterostigma en de achterlijfaanhangsels zijn zwart. Het mannetje heeft een bruin borststuk en een in het midden blauw berijpt achterlijf met veel zwart op in ieder geval segmenten 8-10. Jonge mannetjes zijn gekleurd en getekend als het vrouwtje. Bij het vrouwtje zijn de lichte delen van het borststuk en achterlijf geel tot bruin gekleurd. Over het achterlijf lopen twee donkere (zwarte) lengtestrepen, die op de segmentranden met elkaar verbonden zijn.

Kenmerken larve (nimf) (zie foto 1 t/m 3):

23-25,5 mm. Vrij grote korenbout. De kop van de nimf is rechthoekig (van bovenaf gezien) met kleine ogen. De voorkant van de labiale palp is bijna recht en weinig gekarteld (zie foto 4). Het tweede pootsegment van de achterpoot komt in gestrekte toestand niet voorbij het achterlijf. Rugstekels zijn aanwezig op segmenten 5 en 6, maar niet op segmenten 7 en 8 (zie foto 5). Kleine zijdoornen zijn aanwezig op segmenten 8 en 9 en de larve heeft een lange epiproct (zie foto 6). 

Levenscyclus:

Eitjes worden door het vrouwtje afgezet door vliegend met de achterlijfspunt op het wateroppervlak te tikken. De larven overwinteren twee of drie keer en sluipen uit van begin mei tot in augustus. De imago’s vliegen tot in oktober.

Habitat:

De gewone oeverlibel is weinig kritisch en komt voor bij stilstaande of langzaam stromende wateren. De oevers van deze wateren moeten schaars begroeide, zonnige plekken hebben.  Voortplanting vindt meestal plaatst in voedselrijke wateren, maar de larven kunnen zich ook ontwikkelen in zwak brak en zuur water. De larven leven in de modder of tussen plantenresten op de bodem. Het bodemmateriaal kan aan het lichaam van de larve blijven plakken, waardoor bepaalde kenmerken lastig te zien zijn. Deze soort is algemeen op de Hoeksche Waard.

Beeldmateriaal:gewone oeverlibel

Foto 1: larve gewone oeverlibel © Sander van der Linde

Foto 2: larve gewone oeverlibel © Sander van der Linde

Foto 3: larve gewone oeverlibel © Sander van der Linde

Foto 4: detail palp gewone oeverlibel  © Sander van der Linde

Foto 5: detail rugstengels gewone oeverlibel © Sander van der Linde

Foto 6: detail epiproct gewone oeverlibel © Sander van der Linde

Foto 7: imago van vroege glazenmaker (man)

Foto 8: Verspreidingskaart van de soort op de Hoeksche Waard © Theo Schuurmans