DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

DE MODDERKRUIPERS

DE MODDERKRUIPERS

AQUATISCHE WERKGROEP

AQUATISCHE WERKGROEP

HOEKSCHEWAARDS LANDSCHAP EN RAVON

GEWONE GEELRAND

Latijnse naam : Dysticus Marginalis  /   Taxon: KEVERS

Dysticus Marginalis


Orde: Coleoptera (Kevers)

Familie: Dytiscidae (Waterroofkevers)

Wetenschappelijke naam: Dytiscus Marginalis

Kenmerken imago: (zie foto 1 en 2)

Lengte tot 35 mm. De Gewone geelrand is te herkennen aan het langwerpig ovale, platte gestroomlijnde lichaam, de zwartgroene kleur met metaalachtige glans en de gele rand aan de buitenkant van de dekschilden en rondom het halsschild. Achter het halsschild is in het midden een klein driehoekig schildje zichtbaar. De dekschilden van het mannetje zijn altijd glad. Die van het vrouwtje meestal gegroefd in de lengterichting (heel soms ook glad). De kever heeft zes poten. Het voorste paar  is bij het mannetje afgeplat en voorzien van zuignapjes. Het middelste paar en ook het voorste paar bij het vrouwtje hebben aan de uiteinden klauw-achtige structuren. Het achterste paar dient als roeispanen en is verbreed en heeft borstelige beharing wat het zwemvermogen bevordert.

Kenmerken larve (nimf) (zie foto 3):

Lengte tot 70 mm. De larve is bruin van kleur en is te herkennen aan de S-vormige lichaamshouding waarbij de kop naar beneden en het achterlijf omhoog gehouden wordt. De larve heeft een duidelijk gesegmenteerd lichaam met een breed middenlijf en een kegelvormige staart. De achterlijfspunt heeft twee sterk behaarde tasterdraden of cerci. Ook de dunne poten zijn voorzien van haren. De larve heeft een afgeplatte brede kop met duidelijk zichtbare sikkelvormige kaken. De kop is aan de voorzijde afgerond.

Habitat:

De gewone geelrand leeft in voornamelijk stilstaande en langzaam stromende wateren met een rijke en dichte onderwatervegetatie als brede sloten, rivierarmen, vennen en vijvers. De kever kan goed vliegen en kan daarom snel gebieden koloniseren.

Levenswijze:

De gewone geelrand is een kever die bijna altijd onder water leeft. De kever draagt om onderwater te kunnen leven een zuurstofvoorraad bij zich in de vorm van een luchtbel onder de dekschilden en op de buik. De kever moet daarom regelmatig aan het wateroppervlak ademhalen door de achterlijfspunt boven het wateroppervlak te houden. Ook de larven halen adem op deze manier. De kever kan vliegen als het moet, met name ’s nachts bij windstil weer. Op land beweegt de kever moeizamer door zijn roeipoten. De gewone geelrand is een vraatzuchtige rover die op alles jaagt wat beweegt. Het voedsel bestaat vooral uit insecten en hun larven, de waterspin, kikkervisjes, salamanders en kleine vissen, maar ook dode dieren. Als het voedselaanbod laag is worden de kevers en larven kannibalistisch. De paring gebeurt in het najaar. Het vrouwtje legt in het voorjaar de eitjes in plantenstengels. De larve komt na enkele weken uit. De larve is een slechte zwemmer en houdt zich daarom op in ondiepere wateren in de vegetatie vlakbij het wateroppervlak. De larve vervelt verschillende keren alvorens te verpoppen in een holletje in de oeverzone op land. Na het ontpoppen gaat de kever naar het water. De kever kan in zijn volwassen stadium vijf jaar oud worden. Ze overwinteren door het houden een winterslaap in de modder op de bodem van het water of in de popkamer. Deze soort is algemeen op de Hoeksche Waard.

Beeldmateriaal:Gewone Geelrand

Foto 1: Gewone Geelrand imago (vrouw)  © Sander van der Linde

Foto 2: Gewone Geelrand imago (man) © Sander van der Linde

Foto 3: Gewone Geelrand larve 

Foto 4: Verspreidingskaart van de soort op de Hoeksche Waard © Theo Schuurmans